Blog
8 min leestijd
Een wandeling zonder podcast. Wachten op de trein zonder je telefoon te pakken. Koken zonder te bellen of iets te luisteren. Een avond zonder tv en zonder dat er iets hoeft of is gepland.
Het klinkt heerlijk rustig. Toch voelen zulke momenten lang niet altijd zo. Zodra er weinig gebeurt ontstaat er juist vaak onrust. Gedachten schieten alle kanten op, stilzitten voelt ongemakkelijk en voor je het weet heb je je telefoon alweer in je hand. Een boek lezen vraagt opeens veel concentratie. Gewoon wat lummelen of voor je uit kijken voelt al snel alsof je je tijd verspilt.
We verlangen naar rust maar vinden het vaak behoorlijk lastig om echt tot rust te komen op momenten dat het kan.
In het boek Dopamine Detox wordt het jalapeño-probleem beschreven. Stel je voor dat je iedere dag heel pittig eet. Je smaak raakt gewend aan die intensiteit. Wanneer je daarna een gewone paprika eet proef je nauwelijks nog iets. De paprika heeft nog steeds smaak, maar die smaak is veel subtieler dan de smaak van de jalapeño waar je aan gewend bent geraakt.
De schrijver vergelijkt dit met de manier waarop we onze aandacht voeden. Gedurende de dag krijgen we een eindeloze stroom prikkels te verwerken: berichten, nieuws, sociale media, filmpjes, podcasts, muziek, e-mails en meldingen. Vaak combineren we verschillende prikkels. We eten terwijl we naar een serie kijken, wandelen met een podcast in onze oren en bekijken tussendoor onze telefoon. Zelfs een paar minuten wachten vullen we op.
De jalapeño vergelijking maakt iets heel herkenbaars zichtbaar. Wanneer je gewend raakt aan een voortdurende stroom van sterke en snel wisselende prikkels, kunnen gewone ervaringen vlak gaan voelen. Een langzaam ontvouwend boek, een gesprek op je werk zonder duidelijk doel, een wandeling door het bos of een middag waarop niets hoeft moeten concurreren met alles wat sneller en nadrukkelijker onze aandacht trekt.
De telefoon is hierin het duidelijkste voorbeeld maar zeker niet het enige. Ook werken, zorgen, sporten, opruimen, plannen maken en voortdurend bezig zijn kunnen manieren worden om lege ruimte te vermijden. We vullen onze dagen soms zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks meer merken dat we het doen.
Zodra er ruimte ontstaat, komt bijna onmiddellijk de vraag op wat we met die ruimte moeten. We beantwoorden nog even een bericht, zoeken iets op, zetten iets aan of bedenken alvast wat er morgen moet gebeuren. Voor we het weten is het lege moment weer verdwenen.
Veel van wat we doen is nuttig, interessant of gewoon leuk. Tegelijkertijd raakt onze aandacht versnipperd wanneer we steeds opnieuw naar iets anders worden getrokken. Ook tijdens rustmomenten blijven we dan in beweging. We zitten op de bank, maar onze aandacht gaat van het nieuws naar een appje, van een filmpje naar een gedachte over het werk en van daaruit naar iets wat we nog moeten regelen. Ons lichaam is tot stilstand gekomen, maar vanbinnen gaat de dag gewoon verder.
Wanneer die voortdurende toevoer van prikkels stopt, volgt daarom niet automatisch een gevoel van rust. Vaak wordt eerst zichtbaar hoeveel er eigenlijk gaande is.
Je merkt hoe snel je gedachten gaan. Je voelt spanning in je lichaam die je eerder niet opmerkte. Je merkt dat een gesprek nog in je doorwerkt. Er kan verdriet naar boven komen, irritatie, vermoeidheid of een vraag die je al langere tijd voor je uitschuift. En soms gebeurt er op het eerste gezicht juist heel weinig en voel je vooral verveling.
Dat kan ook heel verwarrend zijn. Je had behoefte aan rust, maar nu de rust er is, voel je je onrustig en is het ook wel ongemakkelijk. De conclusie dat je beter iets kunt gaan doen en dat stilte of stilzitten niet bij je past is dan snel gemaakt.
Maar het is goed om je te realiseren dat stilte in zichzelf die onrust meestal niet veroorzaakt. De stilte maakt vooral zichtbaar en voelbaar wat in de drukte minder goed waarneembaar was.
Juist dan ontstaat de neiging om weer iets te gaan doen. Je pakt je telefoon, begint aan een klusje, belt een vriendin, gaat naar de sportschool of zoekt iemand op. Vaak is dat niet eens een bewuste keuze. Het onderliggende patroon is in elk geval duidelijk: het is gemakkelijker om iets te doen dan te blijven bij wat je ervaart.
Datzelfde patroon zie je wanneer iets spannend, onzeker of pijnlijk wordt. We gaan harder werken, meer nadenken, verklaren, oplossen of voor anderen zorgen. Dat kan ervoor zorgen dat belangrijke signalen lange tijd op de achtergrond blijven. Vermoeidheid wordt dan pas serieus genomen wanneer het lichaam echt niet meer wil en je misschien wel thuis komt te zitten met een burn-out. Een grens wordt pas duidelijk wanneer iemand er echt ruim overheen is gegaan en dan ook niet begrijpt waar jouw boosheid opeens vandaan komt.
Stilte vraagt dat je de neiging om onmiddellijk te handelen even verdraagt. Niet alles hoeft meteen opgelost, begrepen of veranderd te worden. Soms begint inzicht met lang genoeg aanwezig blijven om werkelijk te kunnen waarnemen.
We zijn gewend veel via ons denken te benaderen. Wanneer er een iets speelt analyseren we wat er aan de hand is, verzamelen we informatie en proberen we tot een verstandig besluit te komen. Die kwaliteit hebben we nodig, zeker in ons werk. Maar niet iedere vraag wordt helderder door er langer over na te denken. Sommige antwoorden dienen zich pas aan wanneer het zoeken of denken even stopt.
In stilte kan de aandacht zich verplaatsen van denken naar ervaren. Je merkt wat er in je lichaam gebeurt wanneer je aan een bepaalde keuze denkt. Je voelt waar je energie van krijgt en ook waar je energie eigenlijk steeds weglekt. Je wordt je bewust van het verschil tussen wat je vindt dat je zou moeten willen en wat voor jou écht klopt.
Dat betekent niet dat ieder gevoel onmiddellijk gevolgd hoeft te worden. Stilte helpt juist om minder automatisch te reageren. Er ontstaat ruimte tussen wat je ervaart en wat je ermee doet. En van daaruit kun je zorgvuldiger onderscheiden.
Een paar minuten stilte kunnen al waardevol zijn. Tijdens een langere periode van stilte gebeurt er iets anders. In het begin is alles wat er speelt vaak nog volop aanwezig. Gedachten over werk, thuis, afspraken en gesprekken blijven langskomen. Je maakt in gedachten lijstjes, herhaalt een gesprek of zoekt alvast naar oplossingen. Ook kan vermoeidheid voelbaar worden waar je eerder nauwelijks bij stilstond.
Pas wanneer de stilte langer duurt, kan die eerste onrust wat zakken. De gedachten zijn er misschien nog steeds, maar ze verdwijnen ook wat vaker naar de achtergrond. Je merkt dat je niet op iedere gedachte door hoeft te gaan en ook niet meteen iets hoeft te doen met wat je voelt. Daardoor ontstaat er ruimte om beter en dieper waar te nemen wat er in je gebeurt.
In het dagelijks leven komen we vaak niet voorbij die eerste laag. Nog voordat de onrust de kans krijgt om te zakken, vraagt iets anders alweer onze aandacht. Daarom helpt een langere, aaneengesloten periode van stilte om voorbij die eerste laag te komen.
Veel mensen zoeken stilte omdat ze bijvoorbeeld moe zijn of minder spanning willen ervaren. Maar rust is meer dan de afwezigheid van drukte. Rust ontstaat wanneer je weer in contact komt met jezelf en niet voortdurend hoeft weg te bewegen van wat je daar aantreft.
Dat contact kan aangenaam en verhelderend zijn. Je kunt levendigheid, dankbaarheid en verbondenheid ervaren. Je kunt ook verdriet, weerstand of vermoeidheid ontmoeten. Ook dat hoort bij echt aanwezig zijn.
De vraag is daarom niet alleen hoe je meer stilte in je leven kunt organiseren. De diepere vraag is wat er gebeurt wanneer je werkelijk stil wordt.
Wat probeer je vóór te blijven door steeds bezig te zijn? Welke signalen geeft je lichaam al langer? Waar verlang je naar, onder alles wat moet? Welke keuze ken je misschien al, maar stel je nog uit?
De waarde van stilte krijgt uiteindelijk betekenis in de manier waarop je dat wat je ontdekt meeneemt naar je dagelijks leven.
Voor een ander betekent het beter voelen waar je grenzen liggen en die ook aangeven, of bewuster genieten van het moment. Voor een ander betekent het beter voelen van je grenzen en die aangeven of bewuster genieten van het moment. Iets waar je lang over twijfelde kan een helder besluit worden. Soms verandert er aan de buitenkant nog weinig, maar ontstaat er vanbinnen meer ruimte om aanwezig te blijven bij wat aandacht vraagt.
Alle prikkels uit je leven bannen is daarvoor echt niet nodig. Het gaat om het terugvinden van keuzevrijheid: een moment leeg kunnen laten zonder het meteen op te vullen, aanwezig zijn bij onrust zonder het weg te organiseren, nieuwsgierig zijn naar je eigen ervaring in het moment en erop vertrouwen dat van daaruit duidelijker wordt welke keuzes je wilt maken.
Wie voortdurend sterke prikkels nodig heeft, mist gemakkelijk de smaak van die heerlijke paprika. Wie vertraagt en aanwezig is ontdekt opnieuw hoeveel er allemaal te proeven is.
Tijdens de jaarlijkse wandel- en stilteretraite is er een heel weekend de tijd om dit te ervaren. Telefoons, boeken en muziek worden weggelegd en vanaf de eerste avond is iedereen in stilte. De dagen volgen een rustig ritme van lichaamswerk, wandelen in het bos, meditatie en reflectie. De afwisseling tussen bewegen en zitten, binnen en buiten, begeleiding en tijd voor jezelf helpt om voorbij de eerste onrust te komen en opnieuw te luisteren naar wat aandacht vraagt.
De retraite vindt plaats bij retraitecentrum ’t Zonnehuis in Loenen, aan de rand van de Veluwse bossen.
Meer informatie en actuele data voor de wandel- en stilteretraite
Retraites
Een lang weekend om te vertragen, te verstillen en opnieuw te luisteren naar wat voor jou klopt
Retraites
Ga met rust, focus en nieuwe energie 2027 in!
Online programma's
Levenskunst in Praktijk: een community of practice voor bewust leven