Waarom heldere doelen, rollen en afspraken bijdragen aan eigenaarschap
Blog
6 min leestijd
Effectieve teams ontstaan door een heldere structuur, duidelijke afspraken en goede samenwerking. Het teameffectiviteitsmodel van Jan Schouten en Wiebe Kamminga biedt een praktisch en overzichtelijk hulpmiddel om de effectiviteit van een team te onderzoeken en te verbeteren.
Het model bestaat uit vijf niveaus die elkaar beïnvloeden: missie, doelen, rollen en taken, werkafspraken en procedures, en persoonlijke verhoudingen. Door deze niveaus in samenhang te onderzoeken, wordt zichtbaar waar een team goed functioneert en waar ontwikkeling nodig is.
Waar de piramide van Lencioni laat zien welke vijf frustraties de samenwerking in een team kunnen ondermijnen, helpt het teameffectiviteitsmodel onderzoeken op welke onderdelen van het functioneren van een team helderheid of ontwikkeling nodig is. De twee modellen vullen elkaar daarin goed aan.
Herken je de vijf frustraties van Lencioni in jouw team? Dan kan het interessant zijn om te onderzoeken wat er speelt rond missie, doelen, rollen, werkafspraken en persoonlijke verhoudingen, en vooral hoe deze verschillende niveaus elkaar beïnvloeden.
Het teameffectiviteitsmodel helpt om de huidige mate van doelmatigheid binnen een team in kaart te brengen. Door samen naar de kernonderdelen van samenwerking te kijken, wordt duidelijk waar verbeteringen nodig zijn. Missie, doelen, rollen en taken en procedures vragen om voldoende helderheid en een gedeeld begrip. Onduidelijkheid of verschil van inzicht op deze niveaus kan direct doorwerken in de samenwerking.
Tegelijkertijd verloopt teamontwikkeling niet simpelweg van boven naar beneden. De verschillende niveaus beïnvloeden elkaar voortdurend. Onduidelijkheid over rollen kan bijvoorbeeld tot irritatie tussen teamleden leiden, terwijl spanning in de persoonlijke verhoudingen er juist voor kan zorgen dat het gesprek over rollen of verantwoordelijkheden moeilijk gevoerd wordt. De vraag is daarom steeds: waar ontstaat de spanning en hoe werken de verschillende niveaus op elkaar in?
In een team dat we begeleidden, leek de spanning in eerste instantie persoonlijk: twee collega's die steeds opnieuw botsten. Toen we met dit model breder keken naar wat er speelde, werd zichtbaar dat de rolverdeling al maanden onduidelijk was. Zodra daar meer helderheid in kwam, verminderde ook een groot deel van de irritatie.
Een team kan pas effectief zijn als er voldoende overeenstemming is over de missie: waarom bestaat het team en welke bijdrage levert het? Een duidelijke missie biedt richting en zorgt voor verbondenheid. De visie vertaalt de missie naar een toekomstbeeld: waar willen we naartoe en wat willen we daarin betekenen?
Als teamleden weten waar het team voor staat en wat het wil bereiken, ontstaat een gezamenlijk gevoel van verantwoordelijkheid. Blijven missie en visie vaag, of leven ze alleen op papier, dan werkt iedereen al snel vanuit een eigen interpretatie, met frustraties en misverstanden als mogelijk gevolg.
2. Doelen: focus en richting
Vanuit de missie worden doelen vastgesteld. Heldere en concrete doelen helpen teamleden om te weten waar zij samen naartoe werken en welke prioriteiten daarbij horen. SMART-doelen kunnen daarbij behulpzaam zijn, zeker wanneer resultaten goed meetbaar moeten zijn.
Teams met vage of tegenstrijdige doelen raken gemakkelijk de weg kwijt. Concrete doelen zorgen voor focus en maken het mogelijk om voortgang te bespreken en waar nodig bij te sturen.
3. Rollen en taken: duidelijkheid voor iedereen
Wie doet wat? Een heldere verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden is belangrijk voor een soepel werkend team. Ieder teamlid weet niet alleen wat zijn of haar eigen rol is, maar ook hoe die rol zich verhoudt tot die van anderen.
Onduidelijkheid over rollen leidt gemakkelijk tot misverstanden, frustratie, dubbel werk of juist zaken die blijven liggen. Het is daarom belangrijk om de rol- en taakverdeling regelmatig te bespreken en waar nodig te herzien. Daarbij gaat het niet alleen om wie een taak uitvoert, maar ook om wie waarvoor verantwoordelijk is en wie waarover mag besluiten.
4. Werkafspraken en procedures: hoe werken we samen?
Naast wat er gedaan moet worden en wie het doet, is het hoe van samenwerking minstens zo belangrijk. Werkafspraken en procedures maken duidelijk hoe er binnen het team gewerkt en gecommuniceerd wordt. Denk hierbij aan afspraken over overleg, besluitvorming, informatie delen en feedback.
Vooral wanneer teams onder druk staan, veranderen of op verschillende locaties werken, worden goede werkafspraken belangrijk. Regelmatig onderzoeken of gemaakte afspraken nog werken en ze waar nodig bijstellen, voorkomt veel misverstanden en frustraties.
5. Persoonlijke verhoudingen: vertrouwen en respect
Het vijfde niveau van het model gaat over hoe teamleden met elkaar omgaan. Vertrouwen en respect zijn onmisbaar in een goed functionerend team. Op dit niveau spelen ook zaken als veiligheid, onderlinge geschiedenis, irritaties, loyaliteiten en patronen in de samenwerking mee.
Spanningen in persoonlijke verhoudingen kunnen samenhangen met onduidelijkheid op andere niveaus, bijvoorbeeld over doelen of verantwoordelijkheden. Andersom kunnen patronen in de onderlinge verhoudingen er ook voor zorgen dat noodzakelijke gesprekken over rollen, afspraken of richting niet goed gevoerd worden. Juist daarom is het belangrijk om deze niveaus in samenhang te bekijken.
Naarmate teamleden duidelijker weten wat er van hen verwacht wordt en wat hun bijdrage is, neemt de kans toe dat zij verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun werk. Mensen zijn doorgaans meer betrokken wanneer zij:
Duidelijkheid en wederzijdse afspraken geven teamleden houvast en ruimte. Dat draagt bij aan vertrouwen, eigenaarschap en een goede samenwerking.
Wanneer er spanning ontstaat in een team, wordt vaak als eerste zichtbaar wat er tussen mensen gebeurt. Collega's botsen, iemand trekt zich terug, mensen spreken elkaar niet meer aan of irritaties lopen op. Het is verleidelijk om het probleem dan direct in de persoonlijke verhoudingen te zoeken.
Soms ligt de oorsprong echter ergens anders. Twee collega's die ruzie hebben over wie verantwoordelijk is voor een bepaalde taak, kunnen bijvoorbeeld te maken hebben met een rolverdeling die nooit werkelijk helder is geworden. Wat eruitziet als een persoonlijk conflict, heeft dan ook een structurele component.
Andersom kan een relationeel patroon ervoor zorgen dat structurele onduidelijkheid blijft bestaan. Wanneer teamleden het lastig vinden elkaar tegen te spreken, kan een onwerkbare taakverdeling jarenlang onbesproken blijven.
Het oplossen van teamproblemen begint daarom met zorgvuldig onderzoeken wat er werkelijk speelt. Wat is er helder en wat niet? Waar zit verschil van inzicht? Wat gebeurt er in de onderlinge samenwerking? En hoe beïnvloeden de verschillende niveaus elkaar? Zo voorkom je dat je alleen werkt aan wat aan de oppervlakte zichtbaar is.
We merken vaak dat we gevraagd worden voor teamcoaching wanneer er iets speelt in de persoonlijke verhoudingen. Dan kijken we altijd breder. We onderzoeken wat er gebeurt in de samenwerking én hoe het staat met de missie, doelen, rollen, verantwoordelijkheden en werkafspraken. Ook de context waarin een team werkt, kan daarin een belangrijke rol spelen. Door bovenstroom en onderstroom in samenhang te bekijken, wordt beter zichtbaar waar de ontwikkeling van een team werkelijk nodig is.
Herken je dit in jouw team of organisatie? Op onze pagina over teamcoaching lees je meer over hoe wij teams begeleiden bij het versterken van samenwerking en teamontwikkeling. Of neem rechtstreeks contact op voor een vrijblijvend gesprek.